FAQ

Hier vind je de FAQ zoals gepubliceerd door de dienst personenbelasting. U kan de originele bron hier raadplegen op voorwaarde dat u een FisconetPlus account heeft.

Publicatiedatum: 29.07.2016

ALGEMEEN

1. Wat is deeleconomie?

2. Heeft de deeleconomie een eigen belastingregeling?

3. Is de nieuwe belastingregeling ook van toepassing voor de inkomsten uit de loutere verhuur van onroerende of roerende goederen?

DIVERSE INKOMSTEN

4. Welke inkomsten zijn beoogd?

5. Wat is het belastbaar bedrag?

6. Hoe worden die inkomsten belast?

7. Wat als de inkomsten zowel voortkomen uit diensten als uit de verhuur van roerende of onroerende goederen?

8. Wat als ik, als particulier, aan een andere particulier, een gemeubileerde kamer verhuur en daarbij verschillende diensten lever (bv.: ontbijt, verschaffen en schoonmaken van het linnen, schoonmaken van het logement, …)?

9. Bestaat er een grensbedrag voor de beoogde inkomsten?

BEROEPSINKOMSTEN

10. Vanaf welk bedrag worden de inkomsten uit de deeleconomie, bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1bis, WIB 92, als beroepsinkomsten aangemerkt?

11. In welke gevallen worden, voor het inkomstenjaar 2016, de inkomsten uit de deeleconomie, bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1bis, WIB 92 als beroepsinkomsten aangemerkt?

12. In welke gevallen worden, voor het inkomstenjaar 2017, de inkomsten uit de deeleconomie, bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1bis, WIB 92 als beroepsinkomsten aangemerkt?

13. Hoe wordt de grens van 3.255 euro (voor indexering) berekend? Gaat het om een bruto of een netto bedrag?

14. Wordt de grens van 3.255 euro (voor indexering) per platform berekend?

15. Als de grens van 3.255 euro (voor indexering) overschreden is, worden de inkomsten dan automatisch als beroepsinkomsten aangemerkt?

16. Wat als de diensten verleend via het platform nauw verbonden zijn met de activiteit uitgeoefend door de belastingplichtige als zelfstandige of met de activiteit van de vennootschap waarvan hij bedrijfsleider is?

17. Wat als de diensten verleend via het platform nauw verbonden zijn met de activiteit uitgeoefend door de belastingplichtige als werknemer?

18. Hoe worden de inkomsten van de deeleconomie belast als ze aangemerkt worden als beroepsinkomsten?

ALGEMEEN

1. Wat is deeleconomie?

Bij deeleconomie gaat het om een model waarin gebruik doorweegt op eigendom. Het is gebaseerd op het ruilen en delen van ruimtes, goederen, werktuigen, geld, kennis en diensten.

Haar ontwikkeling steunt op de opmars van de communicatie- en ruilnetwerken, die doorgaans via het internet functioneren.

Wat de betrekkingen tussen particulieren betreft, komen de volgende sectoren het sterkst op:

– het verhuren, lenen en ruilen van onroerende goederen;

– de huisvesting;

– het verhuren, lenen en ruilen van roerende goederen;

– de uitwisseling van diensten;

– de verkoop van voorwerpen, tweedehandskleren, maaltijden.

Opgelet: niet alle inkomsten uit deze sectoren vallen binnen de specifieke belastingregeling voor de deeleconomie (FAQ 2). Op de inkomsten die niet binnen die regeling vallen, blijven de gewone regels van toepassing.

2. Heeft de deeleconomie een eigen belastingregeling?

Ja. De programmawet van 01.07.2016 heeft in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 een specifieke belastingregeling ingevoerd voor de diensten (en dus niet voor de leveringen van goederen) die een particulier, die niet in het kader van zijn beroepswerkzaamheid handelt, aan een andere particulier levert door tussenkomst van een elektronisch platform dat erkend of georganiseerd is door de overheid.

(Die nieuwe regeling is van toepassing op inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 01.07.2016).

3. Is de nieuwe belastingregeling ook van toepassing voor de inkomsten uit de loutere verhuur van onroerende of roerende goederen?

Nee, de nieuwe belastingregeling is niet van toepassing in geval van loutere verhuur (zonder geleverde diensten). Die inkomsten worden steeds aangemerkt als onroerende of roerende inkomsten, tenzij de verhuurde goederen gebruikt worden voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van de inkomsten en die inkomsten bijgevolg beroepsinkomsten zijn.

DIVERSE INKOMSTEN

4. Welke inkomsten zijn beoogd?

Het gaat om de inkomsten uit diensten (en dus niet voor de leveringen van goederen) die een particulier, die niet in het kader van zijn beroepswerkzaamheid handelt, aan een andere particulier levert, onder de volgende voorwaarden:

– de diensten worden enkel aan particulieren geleverd die niet in het kader van hun beroepswerkzaamheid handelen;

– de diensten worden uitsluitend verricht in het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een elektronisch platform dat door de overheid is erkend of georganiseerd;

– die inkomsten zijn enkel betaald door dit platform of door tussenkomst ervan.

5. Wat is het belastbaar bedrag?

Het bruto belastbaar bedrag is het bedrag dat door het platform of door tussenkomst ervan daadwerkelijk is betaald, verhoogd met alle sommen die zijn ingehouden door het platform of door tussenkomst ervan.

Zie ook FAQ 13.

Het netto belastbaar bedrag is het brutobedrag verminderd met 50 % forfaitaire kosten.

Er wordt niet voorzien in de mogelijkheid om werkelijke kosten in aftrek te brengen.

6. Hoe worden die inkomsten belast?

De beoogde inkomsten worden aangemerkt als diverse inkomsten die belastbaar zijn tegen een aanslagvoet van 20 % (tenzij de globalisatie voordeliger is).

7. Wat als de inkomsten zowel voortkomen uit diensten als uit de verhuur van roerende of onroerende goederen?

Als de overeenkomst geen afzonderlijke prijs voor de verschillende prestaties voorziet, wordt 20 % van de globale inkomsten forfaitair geacht betrekking te hebben op de dienstverrichtingen.

8. Wat als ik, als particulier, aan een andere particulier, een gemeubileerde kamer verhuur en daarbij verschillende diensten lever (bv.: ontbijt, verschaffen en schoonmaken van het linnen, schoonmaken van het logement, …)?

In dat geval moet het totale inkomen verdeeld worden in drie categorieën inkomsten:

– inkomsten van onroerende goederen (voor de verhuur van de kamer);

– inkomsten van roerende goederen (voor de verhuur van het meubilair);

– diverse inkomsten (voor de dienstverrichtingen).

Bij gebrek aan overeenkomst die de prijs over de verschillende categorieën inkomsten opsplitst, is het deel van de totale inkomsten dat betrekking heeft op de dienstverrichtingen forfaitair vastgesteld op 20 %.

De specifieke belastingregeling over de deeleconomie (diverse inkomsten) betreft alleen maar dat deel van de inkomsten.

De overblijvende 80 % van de inkomsten wordt verdeeld op basis van een verdeelsleutel 60/40 (60 % voor de verhuur van de kamer (onroerende inkomsten) en 40 % voor de verhuur van de meubels (roerende inkomsten)).

Opgelet, dit antwoordt geldt enkel in het geval van verhuur en niet in het geval van onderverhuur.

9. Bestaat er een grensbedrag voor de beoogde inkomsten?

Zolang de ontvangsten van het lopend belastbaar tijdperk (N) of van het vorig belastbaar tijdperk (N-1) 3.255 euro (bedrag voor indexering) niet overschrijden, worden de beoogde inkomsten als diverse inkomsten aangemerkt.

Zie echter FAQ 10 tot 15.

BEROEPSINKOMSTEN

10. Vanaf welk bedrag worden de inkomsten uit de deeleconomie, bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1bis, WIB 92, als beroepsinkomsten aangemerkt?

Van zodra de ontvangsten van het lopende belastbaar tijdperk (N) of van het vorige belastbaar tijdperk (N-1) 3.255 euro (bedrag voor indexering) overschrijden, wordt het totaal van de ontvangsten als beroepsinkomsten aangemerkt.

De wetgever heeft echter beslist om het grensbedrag voor het inkomstenjaar 2016 te halveren. Voor het inkomstenjaar 2016 bedraagt het grensbedrag dus 1.627,50 euro (bedrag voor indexering), wat 2.500,00 euro na indexering betekent.

Zie echter FAQ 15.

11. In welke gevallen worden, voor het inkomstenjaar 2016, de inkomsten uit de deeleconomie, bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1bis, WIB 92 als beroepsinkomsten aangemerkt?

Ze worden als beroepsinkomsten aangemerkt in de volgende gevallen:

– de ontvangsten van 2016 overschrijden het grensbedrag van 1.627,50 euro (voor indexering) of 2.500,00 euro (na indexering);

– die inkomsten werden al aangemerkt als beroepsinkomsten voor het jaar 2015;

– de diensten van 2016 werden verleend in het kader van een beroepswerkzaamheid. Dit is inzonderheid het geval wanneer die diensten nauw verbonden zijn met de activiteit die de belastingplichtige als zelfstandige uitoefent of met de activiteit van de vennootschap waarvan hij bedrijfsleider is.

12. In welke gevallen worden, voor het inkomstenjaar 2017, de inkomsten uit de deeleconomie, bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1bis, WIB 92 als beroepsinkomsten aangemerkt?

Ze worden als beroepsinkomsten aangemerkt in de volgende gevallen:

– de ontvangsten van 2017 overschrijden de grens van 3.255 euro (voor indexering);

– die inkomsten werden al aangemerkt als beroepsinkomsten voor het jaar 2016;

– de diensten van 2017 werden verleend in het kader van een beroepswerkzaamheid. Dit is inzonderheid het geval wanneer die diensten nauw verbonden zijn met de activiteit die de belastingplichtige als zelfstandige uitoefent of met de activiteit van de vennootschap waarvan hij bedrijfsleider is.

13. Hoe wordt de grens van 3.255 euro (voor indexering) berekend? Gaat het om een bruto of een netto bedrag?

Het gaat om een bruto bedrag, gelijk aan de som van:

– het bedrag dat werkelijk betaald of toegekend is door het platform of door tussenkomst van dat platform;

– de ingehouden bedrijfsvoorheffing;

– de kosten (commissies) die door het platform of door een financiële tussenpersoon aan de dienstverlener worden aangerekend;

– de eventuele belastingen (toeristische of andere), ingehouden door het platform.

14. Wordt de grens van 3.255 euro (voor indexering) per platform berekend?

Nee. Om te bepalen of het om beroepsinkomsten gaat, wordt de grens berekend op basis van het totaal van de inkomsten betaald of toegekend door één of meerdere platformen.

15. Als de grens van 3.255 euro (voor indexering) overschreden is, worden de inkomsten dan automatisch als beroepsinkomsten aangemerkt?

Nee, de belastingplichtige heeft de mogelijkheid om het tegenbewijs te leveren dat zijn activiteit niet vaak genoeg uitgeoefend wordt en dat ze geen voortgezette werkzaamheid met beroepskarakter uitmaakt. In dat geval behouden die inkomsten de aard van diverse inkomsten.

16. Wat als de diensten verleend via het platform nauw verbonden zijn met de activiteit uitgeoefend door de belastingplichtige als zelfstandige of met de activiteit van de vennootschap waarvan hij bedrijfsleider is?

Voorbeeld: een zelfstandige tuinier oefent zijn activiteit zowel uit in de ‘werkelijke’ economie als via een erkend elektronisch platform.

In dat geval mogen de inkomsten niet aangemerkt worden als diverse inkomsten maar zijn ze beroepsinkomsten, ongeacht hun bedrag.

17. Wat als de diensten verleend via het platform nauw verbonden zijn met de activiteit uitgeoefend door de belastingplichtige als werknemer?

Voorbeeld: een arbeider in de bouwsector werkt als stukadoor via een erkend elektronisch platform.

In dat geval komen de inkomsten van de deeleconomie in aanmerking voor de specifieke belastingregeling.

18. Hoe worden de inkomsten van de deeleconomie belast als ze aangemerkt worden als beroepsinkomsten?

Die inkomsten worden belast volgens de gewone regels die van toepassing zijn op winst en baten.